Belast de graaiers met een dikke-ik taks

Belast de graaiers met een dikke-ik taks

“Het is de hoogste tijd dat er actie wordt ondernomen om de ongewenste grote dikke-ik-mentaliteit te ontmoedigen. Maar wellicht belangrijker nog is het om positief gedrag te belonen met sociaal krediet.” Aldus Positief Linkser Bas Bijlsma

En heb jij zelf een idee voor een mooiere wereld van morgen? Deel het met ons! Positief Links bundelt de mooiste ideeën in een Toekomstprogramma, dat we 4 november gaan presenteren.

—Geen woorden maar daden: belast de graaiers met een dikke-ik taks!—

Het is september 2015. Nadat Balkenende jaren eerder aandacht vroeg voor de normen en waarden in onze samenleving pakt nu ook Premier Rutte deze handschoen op. Hij hekelt het egoïsme van de “grote dikke-ik-mentaliteit”. Met een pleidooi voor “de grote stille meerderheid die zich niet ten koste van anderen verbetert en verrijkt” neemt hij stelling tegen “graaiers en fraudeurs”. Al snel volgen andere partijen. Diederik Samsom, die al in 2007 waarschuwde voor “lomp gedrag, minachting voor andersdenkenden, onverzadigbaarheid en zelfingenomenheid” van de dikke-ik, vult dit anno 2015 aan met de oproep mensen die een positieve rol spelen in onze samenleving meer te waarderen en respecteren. In de Tweede Kamer volgde een groot debat.

En toen bleef het stil.

Dat is zonde, want ontwikkelingen als de Brexit onderstrepen hoe ontwrichtend het kan zijn als te veel mensen het gevoel hebben te weinig gewaardeerd te worden voor wie ze zijn en wat ze doen. Zeker als dit gepaard gaat met het beeld dat anderen er met de buit van de globalisering vandoor gaan. Het tegengaan van egoïsme en asociaal gedrag is daarom niet alleen goed voer voor opiniestukken, maar bittere noodzaak om onze samenleving bij elkaar te houden. Een duidelijke opdracht voor het huidige en volgende kabinet.

Drie dingen moeten gebeuren als we de dikke-ik willen temmen en mensen die een nuttige bijdrage leveren aan onze samenleving daarvoor daadwerkelijk willen belonen.

Ten eerste moeten we deze dikke-ik definiëren. We vinden ze in alle lagen, rangen en standen van de samenleving. Na de Brexit zagen we hedgefonds directeuren die cashen over de rug van de gefrustreerde Brit. We kennen ook allemaal de bankdirecteur die lonen verlaagt maar zijn eigen bonus verhoogt of de woningbouw-bestuurders die liever speculeren met collectieve middelen dan woningen te bouwen. Maar ook de uitkeringsgerechtigde die weigert te solliciteren en de zwartwerkende arbeidsongeschikten vallen in deze categorie. Kortom, de dikke-ik is iemand die het collectieve belang uit het oog is verloren of schaadt om er zelf beter van te worden.

Ten tweede moeten we omschrijven wat we zien als een positieve bijdrage aan het collectief. Wie zijn de mensen die de samenleving sterker maken, verbinding bevorderen, en bijdragen aan de saamhorigheid, sociale zekerheid, en vooruitgang? Het ligt voor de hand te denken aan de lerares, politieagente, wijkverpleger, mantelzorger of vrijwilliger. En de goed boerende oprichter van een duurzaam investeringsfonds dan? Die mag behalve een goed inkomen ook best wat extra maatschappelijke waardering ontvangen. Net als de bijstandsgerechtigde of pas ingeburgerde nieuwe Nederlander die alles in het werk stelt de kansen op de arbeidsmarkt te vergroten of Nederland anderszins mooier en sterker te maken.

Om breed draagvlak voor deze definities te verkrijgen is een diep maatschappelijk en politiek debat nodig. Maar behalve woorden zijn vooral ook daden nodig. Daarom zal een volgend kabinet, ten derde, ervoor moeten zorgen dat de profiteurs zichtbaar een prijs moeten betalen voor hun eigen keuze voor egoïsme. De vrijheid voor het individu komt immers met de plicht bij te dragen aan het collectief.

De meest zichtbare, glasheldere daad van allemaal zou zijn om behalve ons inkomen, vermogen en consumptie vooral de ‘dikke-ik’ te belasten. Heeft iemand wel de mogelijkheid maar geen zin bij te dragen aan het algemeen nut? Even goede vrienden, maar dan moet wel een ‘dikke-ik’-taks betaald worden. De discussies over de definities van de dikke-ik en een wenselijke maatschappelijke bijdrage kan de regering gebruiken om een meetlat op te stellen waarlangs de maatschappelijke inzet gemeten kan worden. Uiteraard moet hierbij rekening worden gehouden met de mogelijkheden die iemand ter beschikking heeft. Dit moet voorkomen dat werkenden met lage inkomens geraakt worden alleen omdat ze geen tijd of middelen over hebben een extra sociale bijdrage te leveren.

Minstens net zo belangrijk als het straffen van de dikke-ik is dat we mensen belonen als zij hun tijd, kennis of energie juist investeren in onze samenleving. De regering kan de opbrengst uit de dikke-ik taks bijvoorbeeld gebruiken om mensen die hoog scoren op eerder genoemde meetlat een sociaal krediet te geven. Dat zouden ze dan kunnen inwisselen voor bijvoorbeeld een korting op de inkomstenbelasting, extra ouderschapsverlof, of een gratis parkeervergunning.

Dit is niet makkelijk, dat weet ik ook wel. Het zal heel wat knappe koppen vergen om deze maatregel in elkaar te sleutelen. Maar waar een wil is, is een weg. Ook zullen sommigen verzuchten: ‘ah joh hef gewoon meer belasting op de hoogste inkomens’. Hen zou ik oproepen die ouderwetse, negatieve reflex achter ons laten. Want met een goed inkomen uit eerlijk werk is niets mis. Van mij mag de oprichter van het duurzaamste investeringsfonds van Nederland daarmee best schathemeltje rijk worden. Over dat inkomen heffen we al heel veel belasting. Dat dient het eerlijke doel dat sterkere schouders ook een zwaardere last dragen. Maar het heeft helaas geen direct effect op het belonen van maatschappelijk wenselijk gedrag en het belasten van de dikke-ik.

Kortom, het is de hoogste tijd dat er actie wordt ondernomen om de ongewenste grote dikke-ik-mentaliteit te ontmoedigen. Een dikke-ik taks maakt dit tastbaar voor diegenen die hun geloof in de elite en elkaar verloren zijn. Maar wellicht belangrijker nog is het om positief gedrag te belonen met sociaal krediet. Alleen zo geven we de lerares, politieagente, wijkverpleger en vrijwilliger weer het gevoel gewaardeerd en gerespecteerd te worden voor het goede werk dat zij verrichten voor ons allemaal. En alleen zo verleiden we slimme scholieren en studenten om hun toekomst in te zetten voor het collectief in plaats van te graaien voor zichzelf.